Wat mag je doen en wat niet?


In alle gevallen

  1. Breng de vogel steeds onder in een kleine kartonnen doos, voorzien van enkele verluchtingsgaatjes, maar nooit in een vogelkooi. Hij zou zich bijkomend kunnen kwetsen aan de traliƫn. Het beperkte volume van de doos belet de vogel zich te veel te bewegen en voorkomt bijkomende letsels. Bovendien werkt het karton van de doos isolerend, zowel in de zomer als in de winter.
     
  2. Plaats de doos in een duister en fris vertrek (bv. berghok, garage), in afwachting van zijn overbrenging naar een opvangcentrum voor vogels en wilde dieren. Contacteer vervolgens zo snel mogelijk een erkend opvangcentrum of het nationaal secretariaat van Vogelbescherming Vlaanderen te Sint-Niklaas, maar probeer vooral de vogel zelf naar een VOC te brengen a.u.b.
     
  3. Toon de onfortuinlijke vogel niet aan al jouw vrienden, kennissen en buren en neem geen foto’s. Ga ook niet om de haverklap in de doos kijken. Het veelvuldig manipuleren van dit dier veroorzaakt stress en kan in het slechtste geval ook zijn dood betekenen (spechten, sperwer). Geef ook geen eten aan de vogel. Vochtig brood of gesuikerd water zijn uit den boze. Verplicht de vogel niet te drinken, zeker niet als het om een roofvogel of uil gaat. Roofvogels en uilen in de natuur halen hun vocht immers uit hun prooien.
     
  4. Dien nooit zelf geneesmiddelen toe. Sommige medische producten die wel voor de mens of voor huisdieren geschikt zijn, kunnen giftig zijn voor vogels (ontsmettingsmiddelen, antibiotica, …).
     



Versufte bosuil in een doos klaar om overgebracht te worden naar een opvangcentrum

Go to top