Uilen en roofvogels


Alvorens een vogel in handen te nemen, doe je er goed aan eerst zijn gedrag gade te slaan. Heeft die vogel werkelijk hulp nodig? Opgelet voor jonge, ogenschijnlijk hulpeloze vogels die zich in de lente en de zomer op de grond voortbewegen! Zij hebben zopas het nest verlaten – enkele dagen voor ze echt kunnen vliegen – en worden door hun ouders verder met voedsel bevoorraad. Wat betreft jonge donzige roofvogels, die men soms 'hulpeloos' aantreft in de lente, kunnen wij je twee raadgevingen meegeven:
 

  • Nachtroofvogels: steenuilen, bosuilen, kerkuilen, ransuilen (poten bedekt met pluimen tot aan de klauwen, grote ronde ogen naast elkaar vooraan in de kop – zwarte, gele of oranje iris). Hun vroegtijdig verlaten van het ouderlijk nest is normaal. Deze vogels noemt men 'takkelingen'. De oudervogels zijn misschien niet ver. Trek het even na. Ben je niet zeker of vermoed je dat het dier in nood verkeert? Breng het dan naar een erkend opvangcentrum voor vogels en wilde dieren. Hier vind je alle contactgegevens van de negen Vlaamse opvangcentra.
     
  • Dagroofvogels: torenvalk, sperwer, buizerd, havik, kiekendief (poten niet bedekt met pluimen, vaak geel van kleur, ogen langs weerszijden van de kop, duidelijke haakbek). Indien het nest gemakkelijk bereikbaar is, plaats het jong dan terug bij de andere jongen. Verlaat de plaats zo snel mogelijk. In het andere geval raden wij je aan het kuiken zo snel mogelijk over te brengen naar een opvangcentrum voor vogels en wilde dieren. Opgelet! Alle dag- en nachtroofvogels zijn onvoorwaardelijk beschermd!



Jonge torenvalkjes – nog niet zelfstandig – uit het ouderlijk nest gevallen

Go to top