Ik vind een dier: wat doe ik?


De enkele raadgevingen die volgen, zouden je moeten toelaten de eerste hulp op een verantwoorde manier toe te passen. Nochtans, hoe eerder het dier de gepaste zorgen kan krijgen, hoe groter zijn kans wordt naar de natuur te kunnen terugkeren. Het dier moet immers gepaste voeding en verzorging krijgen, naargelang de soort en haar behoeften.

Daarom onderneem je best zelf niets en breng je het dier in kwestie zo vlug mogelijk over naar een erkend opvangcentrum voor vogels en wilde dieren. Daar beschikken de verantwoordelijke en zijn dierenarts over de nodige expertise. In elke Vlaamse provincie is minstens één erkend opvangcentrum actief. Hier vind je hun contactgegevens (volledig adres, telefoonnummers, website).

Bovendien moet je in acht nemen dat de meeste wilde dieren een wettelijke bescherming genieten en men ze eigenlijk niet zonder vergunning in bezit mag houden. Contacteer daarom meteen het opvangcentrum het dichtste in jouw buurt. Elk jaar vangen ze ca. 20.000 noodlijdende vogels en 5000 zoogdieren op, waarvan gemiddeld 60% terug kan worden vrijgelaten. Consulteer de grafiek. Wil je weten wat de meest voorkomende oorzaken zijn waardoor wilde dieren in een van onze opvangcentra terechtkomen? Bekijk dan even deze figuur: Top 10 van oorzaken in 2015.
 


      ► Uilen en roofvogels

      ► Wat mag je doen en wat niet?

      ► Jonge vogel gevonden?

      ► Raamslachtoffer gevonden?

      ► Bescherm de vogel én jezelf

      ► Ook wilde zoogdieren zijn welkom

Go to top