Is jacht op konijn nog verantwoord?

9 augustus 2016
 
Nog één week en de jacht op het konijn gaat open in Vlaanderen. Vanaf 15 augustus kunnen de meer dan 12.000 Vlaamse jagers met een geldig jachtverlof tot en met 28 februari 2017 onbeperkt konijnen (Oryctolagus cuniculus) schieten. Volgens de afschotstatistieken van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) werden in 2014 meer dan 53.000 wilde konijnen naar de eeuwige jachtvelden geschoten. Niet enkel jacht veroorzaakt vroegtijdige sterfgevallen onder de konijnen, ook allerlei besmettelijke ziekten als Myxomatose en het Rabbit Hemorrhagic Disease (RHD) kunnen lelijk huishouden. En het kan nog erger, want sinds kort doet een nieuw virus de ronde: het Rabbit Hemorrhagic Disease Virus-2 (RHDV2), voor het eerst in 2010 geïsoleerd in Frankrijk. RHDV is zeer besmettelijk en verspreidt zich zowel door direct contact tussen konijnen onderling als indirect via urine en feces van geïnfecteerde konijnen, of besmet water, voedsel, kleding, schoeisel, handen en hokken (onder meer bij partculieren en professionele kwekers). Daarnaast kan overdracht plaatsvinden via (stekende) insecten als muggen en vliegen, en ook via predators. Het virus is buiten de gastheer zeer resistent en kan maanden infectieus blijven in kadavers.
 
 
 
 
Vogelbescherming Vlaanderen stelt zich nu de vraag of het openen van de jacht op het konijn wel een goed idee is nu er een nieuwe factor in het konijnenverhaal meespeelt. De jacht op het konijn al dan niet openen valt binnen de klassieke context van responsabilisering van de jager. Hij wordt geacht geen korte-termijn-visie te hebben maar aan 'duurzaam' wildbeheer te doen. Met andere woorden: als een wildsoort het minder goed doet, wordt de jager verondersteld daar spontaan rekening mee te houden. Vooral omdat er zoveel factoren in het spel zijn waar nog weinig over geweten is, zou de minister van Natuur en Milieu Joke Schauvliege preventieve maatregelen kunnen nemen vanuit het voorzichtigheidsprincipe en de konijnenjacht op 15 augustus niet openen. Gelet op de manier waarop het virus zo gemakkelijk overgedragen wordt en lange tijd resistent blijft, is het wellicht ook geen goed idee om kadavers te verplaatsen (contact met handen, de honden die de konijnen rapporteren, …). Omdat er nauwelijks zichtbare symptomen zijn, weet je nooit zeker of je met een gezond of geïnfecteerd dier te maken hebt. Voor opvangcentra voor vogels en wilde dieren en dierenasielen worden richtlijnen verspreid i.v.m. hygiëne, waaronder het ontsmetten van voertuigen. Deze richtlijnen worden best ook door jagers opgevolgd. Er is geen curatieve behandeling beschikbaar voor RHDV-infectie. Bij in gevangenschap gehouden konijnen zijn vaccinatie en preventieve hygiënemaatregelen de enige mogelijkheid om de infectie in te dammen. Deze maatregelen kunnen uiteraard niet worden toegepast bij wilde dieren.
 
 
Konijn met myxomatosetumoren op de kop
 
 
De meeste dieren overlijden zonder voorafgaande symptomen. Het dode konijn dat in een reportage van het VTM-nieuws van 29 juli jl. in het provinciaal domein Puyenbroeck te Wachtebeke werd opgeraapt door een parkwachter van de provincie Oost-Vlaanderen is dus niet gestorven aan RHDV2 maar aan myxomatose. Dat is op de videobeelden duidelijk te zien aan de tumoren die zich op de kop van het konijn hebben ontwikkeld. RHDV2 is in verschillende delen van Nederland aangetoond onder wilde konijnen. De impact op de populatie is niet goed te voorspellen. Het aantal gevonden dode konijnen in een gebied zegt niet veel, want vele dieren zullen sterven in hun hol en worden daardoor niet opgemerkt. Daarnaast spelen lokale factoren een rol, zoals het optreden van kruisimmuniteit, predatie door vossen en andere (natuurlijke) predators, en veranderde geschiktheid van de biotoop (verruiging van de vegetatie door daling van de konijnenstand). Vanaf 1990, samenvallend met de introductie van RHD in Nederland, daalde de konijnenpopulatie sterk (ongeveer 75%). Omdat lokaal populatieherstel na 2003 samenviel met ontwikkeling van immuniteit tegen RHD lijkt het virus betrokken bij de voorafgaande populatie-afname. Plaatselijk is RHD endemisch onder wilde konijnen, waardoor een RHDV-reservoir aanwezig blijft. Ondanks de hoge reproductiecapaciteit van het konijn is de populatie gevoelig voor negatieve invloeden van ziekten zoals RHD. Mondelinge mededelingen van inzenders van RHDV2-positief bevonden wilde konijnen bij het Dutch Wildlife Health Centre geven een variabel beeld van lokale veranderingen in de populatie. Plaatselijk is de stand recent tot 75% afgenomen, terwijl elders geen afname is gezien.
 
 
Buizerd als aaseter bij het kadaver van een konijn
 
 
Binnen een ecosysteem fungeert het konijn als een primaire voedselbron voor heel wat natuurlijke predators zoals de vos. Maar ook hermelijn, wezel, bunzing en andere marterachtigen hebben konijn op het menu staan. Jonge konijnen vallen dan weer gemakkelijk ten prooi van uilen (bosuil, ransuil) en dagroofvogels (buizerd, havik). We spreken over 'biomassa' in de voedselketen. Een konijn heeft zelf een bepaalde biomassa aan planten nodig om te (over)leven. Zeer eenvoudig verwoord: als je dit in kilogram uitdrukt, dan krijg je dat 1 kg konijn is opgebouwd uit 10 kg plantaardig materiaal. Van deze 10 kg wordt 9 kg uitgescheiden in de vorm van zweet, warmte en feces. In het volgende trofische niveau kan je de vos als voorbeeld nemen. Hier geldt dat 1 kg vos is opgebouwd uit 10 kg vlees, bijvoorbeeld van konijn. De vos scheidt 9 kg uit in de vorm van zweet, warmte en feces. Je kan dus stellen dat 1 kg vos is opgebouwd uit 100 kg plantaardig materiaal. Het konijn is dus een niet te verwaarlozen schakel in de gehele voedselketen.
Go to top