Dodelijk Usutu-virus

14 december 2016
 
Op het einde van de milde zomer van 2016 werd door onder meer het Natuurhulpcentrum en VOC Neteland een abnormale sterfte geregistreerd bij merels. Het betrof een honderdtal dieren. Ook bij Vogelbescherming Vlaanderen en de andere Vlaamse opvangcentra voor vogels en wilde dieren liepen opvallend meer meldingen van merelsterfte binnen. Bij de eerste zes dode merels die eind september 2016 werden toevertrouwd aan het ‘Laboratorium voor Aviaire Virologie en Immunologie’ van het ‘Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie’ (CODA) werd met behulp van moleculaire technieken het Usutu-virus aangetoond. Deze detectie bevestigde de aanwezigheid en circulatie van het virus in het noordoosten van ons land.
 
 

Mannetjesmerel met apathisch gedrag: symptomen van een besmetting met het virus — © NHC
 
 
In Nederland bevestigde het ‘Dutch Wildlife Health Centre’ (DWHC) op 21 september 2016 de infectie van merels met het Usutu-virus. Op initiatief van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en in samenspraak met Vogelbescherming Vlaanderen werd eind september een passieve bewaking opgestart met de medewerking van ‘Dierengezondheidszorg Vlaanderen’ (DGZ), het CODA en de VOC’s. De inzameling van kadavers en merels met ziektesymptomen gebeurt via de erkende opvangcentra voor vogels en wilde dieren. Een eerste waarschuwing was er al in 2012 toen het virus werd geïdentificeerd bij een in gevangenschap levende goudvink en een in de natuur gevonden grote bonte specht, beide afkomstig uit de vallei van de Maas, tussen Namen en Hoei (Wallonië). 
 
Muggen
Het Usutu-virus is afkomstig uit Afrika en genoemd naar de plaats waar het ooit geïsoleerd werd, dichtbij de gelijknamige rivier in Swaziland. Het is een zogenaamd ‘flavivirus’ dat nauw verwant is met het beter gekende West-Nijl-virus. In 2001 deed het Usutu-virus voor de eerste keer zijn intrede in Europa in het Oostenrijkse Wenen, waar een massieve mortaliteit werd vastgesteld bij merels. Het virus wordt door steekmuggen – voornamelijk uit het geslacht Culex – overgedragen. Het is zeer uitzonderlijk dat mensen ermee besmet raken. Ondanks de grote uitbraken onder vogels, zijn in Europa tot nu toe slechts vijf mensen met neurologische klachten beschreven waarbij besmetting met het Usutu-virus is vastgesteld. Het merendeel van die patiënten had echter een verzwakte afweer.
 
 

Het virus wordt overgedragen door steekmuggen die bij vogels effectief op zoek gaan naar bloed
 
 
Signalerende functie
Naast het opvangen, verzorgen en revalideren van zo’n 30.000 noodlijdende wilde dieren per jaar, bewijzen de opvangcentra voor vogels en wilde dieren nog maar eens hun ‘signalerende functie’. Doordat zij een verzamelpunt vormen voor noodlijdende vogels en andere wilde dieren, kunnen zij fungeren als betrouwbare informant omtrent de omvang en ernst van calamiteiten, zoals een extreem strenge winter, olieverontreiniging, botulisme, hoogspanningslijnen, besmetting met virussen, enz. De opvangcentra kunnen daarom betrouwbare informatie verschaffen over oorzaken en achtergronden van sterfte onder vogels en andere wilde dieren en hebben hiermee een belangrijke taak in de richting van de publieke opinie, de media en de overheden.
 
Wat kan ik doen?
Merels die mogelijk het virus in zich dragen, vertonen apathisch gedrag, zijn gemakkelijk te benaderen en vliegen niet of onbeholpen weg. Het ziekteverloop duurt twee tot drie dagen. Je kan een zieke merel helaas niet helpen, maar wél het onderzoek naar de verspreiding van het virus. Om daar zicht op te krijgen, vraagt Vogelbescherming Vlaanderen om lusteloos uitziende merels over te brengen naar het dichtstbij zijnde opvangcentrum voor vogels en wilde dieren. Naast merels schijnen ook uilen relatief vatbaar voor het virus. Als je dus een uil ziet met een verfomfaaid verenkleed en apathisch gedrag die niet of nauwelijks kan vliegen, breng ook die dan over naar een VOC. Bij een levend binnengebrachte uil met ziektesymptomen zal in het VOC een cloacale (via de cloaca) of buccale (via de snavel) swab worden genomen. De contactgegevens van alle VOC’s die onder de koepel van Vogelbescherming Vlaanderen actief zijn, vind je hier.
 
 

Bij mogelijk besmette vogels wordt een cloacale of buccale swab genomen — © Shutterstock
 
 
Inmiddels is de winter in het land. Muggen zijn op dit ogenblik dus niet actief en kunnen dan ook geen merels besmetten. Na de winter leven de volwassen muggen nog een maand of vier door, daarna sterven ze. Maar vóór die tijd hebben ze wel gezorgd voor genoeg nakomelingen. Wees dus alert de komende lente!
 
 

De door het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie (CODA) uitgevoerde
moleculaire testen op swabstalen van zieke uilen en hersenstalen van overleden merels en
lijsters waren alle positief. Deze kaart geeft een overzicht van de Vlaamse gemeenten
waar vogels, besmet met het Usutu-virus, werden gevonden.
Go to top