Benelux: bestrijden van jachtwild

25 juli 2016
 
Vogelbescherming Vlaanderen maakt zich ernstige zorgen over het feit dat de bestrijding van vossen, konijnen, wilde zwijnen en andere zoogdieren die in het Jachtdecreet gecatalogeerd staan als ‘jachtwild’ in de toekomst mogelijk met buitensporige middelen zal kunnen plaatsgrijpen. Recent hechtte de Vlaamse regering immers haar principiële goedkeuring aan een voorontwerp van decreet dat instemming verleent aan een Protocol dat de Benelux-Overeenkomst van 10 juni 1970 op het gebied van jacht en vogelbescherming ingrijpend zal wijzigen. Belangrijke beperkingen, onder andere betreffende het gebruik van bepaalde bestrijdingsmethoden en werkwijzen die door de Overeenkomst worden opgelegd, vallen hierdoor weg.
 
 
Kan het wild konijn binnenkort ook met alle mogelijke middelen worden bestreden?
 
 
De Benelux-Overeenkomst is voor België – althans wat de zoogdieren betreft – de hoogste wetgeving waarmee onze eigen gewestelijke jachtregelgeving rekening moet houden. Deze Overeenkomst is bepalend voor België (en dus ook voor Vlaanderen), Nederland en Luxemburg inzake jacht én bestrijding van wildsoorten. Nu wil men via een Protocol de Overeenkomst wijzigen door o.m. een artikel in te voeren om de bepalingen i.v.m. bestrijding te omzeilen. Bestrijding verschilt wettelijk gezien van jacht doordat ze tot doel heeft belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij, wateren of allerhande eigendommen in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of de veiligheid van het luchtverkeer of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang te voorkomen. Bestrijding is in tegenstelling tot ‘gewone’ jacht niet gebonden aan bijvoorbeeld vastgelegde openingstijden, maar dient om wild terug te drijven in het kader van schadebeperking. 
 
De Overeenkomst zal dus in de toekomst enkel nog grip hebben op de ‘recreatieve’ jacht. Hiermee versoepelt de Benelux haar greep op de jachtwetgeving en laat ze de vrijheid aan de overeenkomstsluitende partijen om bv. de middelen en procedés voor bestrijding naar eigen creativiteit in te vullen. In 2014 voerde de Vlaamse regering via nieuwe uitvoeringsreglementering al een reeks versoepelingen door: bv. het gebruik van kunstlicht om ’s nachts te jagen en/of te bestrijden en het gebruik van niet levend dierlijk lokaas in kast- en kooivallen. Omdat de wijziging van het Protocol niet eerder met de betrokken stakeholders werd gecommuniceerd, vraagt Vogelbescherming Vlaanderen zich af wat de Vlaamse regering hier precies mee van plan is. Wij zijn immers van mening dat de huidige jachtregelgeving op verschillende punten al veel te soepel is en vochten daarom in het recente verleden bepaalde regels met wisselend succes aan bij de Raad van State. Moeten we in de toekomst afrekenen met strikken, stroppen en klemmen bij de bestrijding van vossen en konijnen? Zullen jagers opnieuw vossenburchten mogen uitroken of onder water mogen zetten?
 
 
Zullen jagers in de toekomst opnieuw onselectieve en levensgevaarlijke klemmen mogen inzetten?
 
 
Vogelbescherming Vlaanderen liet ondertussen al haar bezorgdheid doorschemeren in het advies van de Vlaamse Minaraad gericht aan minister Schauvliege. Vooraleer de regering haar definitieve goedkeuring geeft aan het instemmingsdecreet moet ook de Raad van State nog zijn licht werpen op het decreet. Vogelbescherming Vlaanderen – de advocaat van de fauna – hoopt op duidelijkheid en verwacht transparantie van de minister.
Go to top